maandag 6 januari 2020

Geen nieuws  


Soms heb ik Carla Zijlstra aan de telefoon. Een bekende ex-schaatsster, die een mooi boek schreef, maar die me bovenal in de loop der jaren als persoon dierbaar is geworden. We hebben het al een tijdje over de bosbranden in Australië. 
Het begon, alweer een hele poos geleden, met: “Het is nog ver van hier” (haar woonplaats Jindabyne). Daarna werd het: “Het komt dichterbij”. En tenslotte: “Het is nu hier”. Vorige week stuurde ze me een foto van een vlammend gele lucht. “High alert”.
Wekenlang keek ik naar het NOS Journaal. Helemaal niets. De meest triviale items om ons druk over te maken kwamen voorbij. Maar die enorme branden daar, die bestonden gewoon niet. 
“Elke dag als ik wakker word, kijk ik op de app hoeveel vierkante kilometer bos er weer is verdwenen, hoeveel dieren er weer zijn overleden”, zei Carla alweer even geleden. 
“Het is echt huge Guido, enorm huge”. 
Angstaanjagende schattingen van ecologen praten over een half miljard inheemse Australische dieren die hun leven hebben verloren. Enorme natuurgebieden zijn vernietigd. Mensen zijn massaal op de vlucht geslagen. Het aantal dodelijke menselijke slachtoffers loopt op. 
En wij in Nederland kijken naar de Nederlandse journaals waarin men zich afvraagt of de door brand verwoeste Notre Dame in Parijs, waar meteen zoveel geld voor is ingezameld, nog wel hersteld kan worden. 
Een enkele kerk is belangrijker dan een heel land. Is het omdat Parijs dichtbij is en Australië ver weg? Ik weet het niet. 
Wat ik wel weet is dat we veel te lang verstoken bleven van belangrijk nieuws, dat er geen massale hulpacties op gang kwamen voor dat prachtige land aan de andere kant van de wereld, dat Europa niet massaal al haar blusvliegtuigen stuurde en dat zowel het NOS Journaal als het RTL Journaal zich een eeuwigheid totaal niet druk maakte over wat daar allemaal gebeurde. 
Al die vlammenzeeën werden zo lang zomaar als niet interessant terzijde geschoven. Pas nu sijpelt er het een en ander onze huiskamers binnen. Na al die tijd. 
Soms begrijp ik na bijna een leven lang in de journalistiek helemaal niets van die journalistiek. 


PS: Carla zojuist: “Vandaag regende het en ik zie zowaar de maan”. 

donderdag 20 juni 2019


Ook opgeven kan een overwinning zijn 


  Foto Cor Vos

Sommige races tegen de klok kun je gewoonweg niet winnen. Soms moet je je dan niets aantrekken van wat de sponsor zo graag wil, en ook niet van de smeekbedes van de fans. Dan moet je gewoon voor jezelf kiezen, inzien dat het allemaal te veel van je vergt en dat het dus niet meer gezond is. Ook dat maakt je namelijk tot een groot kampioen. 
Tom Dumoulin heeft vandaag officieel de handdoek voor de Tour geworpen. Maar eigenlijk deed hij dat maandag al. Door op weg naar die zo broodnodige hoogtestage in La Plagne, na ruim drie uur rijden, zijn auto om te draaien en weer naar huis te gaan. 

De ellende begon op 14 mei, door een val in de vierde etappe van de Giro. Knie kapot. Als topfavoriet voor de tweede eindzege in zijn lievelingswedstrijd zag Dumoulin daarna thuis voor de televisie outsider Richard Carapaz verrassend winnen. Die had hij nog wel aangekund. 
Het zal niet zijn meegevallen om in die periode een volledige omslag in zowel hoofd als benen te maken. Maar al is de route van de Tour 2019 dan niet op zijn lijf geschreven, het werd wel zijn nieuwe uitdaging, het nieuwe hoofddoel van dit seizoen, voor hem en voor de ploeg. 
Daarvoor moest Tom zo snel mogelijk weer kilometers maken. Een nieuwe eenzame hoogtestage en daarvóór nog even koershardheid opdoen in de Dauphiné, ook wel de kleine Tour genoemd. Het kon nog… 

Maar die knie, die verdomde knie, wilde maar niet meewerken, wilde maar niet herstellen. Dus volgde er een opgave in die Dauphiné en een nieuw onderzoek in het ziekenhuis. 
Afgelopen zondag bleek dat een stukje achtergebleven grind de oorzaak was van alle irritatie in het gewricht. Je kunt je afvragen hoe de medici die renners zo professioneel begeleiden dat (zo lang) over het hoofd hebben kunnen zien. 

Weer snijden dus. En de volgende dag gewoon de fiets op. Even testen en dan de auto in. Geen koershardheid, maar alleen die stevige hoogtestage moest nu de meubelen richting de Tour nog redden. Het kon nog. Kon het nog? 

Wat zal hij zich eenzaam hebben gevoeld daar maandag op de snelweg in die wagen. Even bellen met Hendrik Werner, zijn trainer, die al ter plekke was en op hem wachtte. Had het wel nut, was hij niet bezig tegen beter weten in?
Rijden, nog een keer bellen, nog meer twijfels. Verdorie, de pijn in zijn knie, die verdomde knie, begon weer toe te nemen. Logisch eigenlijk, want er was de vorige dag weer in gesneden, tien hechtingen, weer een nieuwe wond. 

Steeds meer ging die pijn ook in zijn hoofd zitten. Net voorbij Nancy nam Tom Dumoulin helemaal voor zichzelf een wijs besluit. Omdraaien en terug naar huis rijden. Het vergde moed om die beslissing te nemen. Er zijn genoeg verhalen bekend van renners die een geblesseerde knie dermate hebben geforceerd dat ze nooit meer hun oude niveau haalden. 
Tom Dumoulin is een winnaar. En een perfectionist. Hij weet als geen ander dat hij zonder optimale voorbereiding kansloos is op de eindzege in de Tour en die eindzege was het enige wat telde voor hem. 

Toen hij maandag zijn auto omdraaide en weer naar huis reed was er binnen de begeleiding van de ploeg nog de hoop dat hij dan een paar dagen later alsnog naar La Plagne zou rijden. Maar ook zij moeten toen al beter hebben geweten.
Opgeven is doorgaans geen optie voor een wielrenner. Maar soms moet het verstand het dus over kunnen nemen van het sporthart. Tom Dumoulin koos vandaag voor zichzelf, voor zijn gezondheid. Dat mag je óók als een overwinning zien.

zondag 2 juni 2019

Een afscheid zonder kennismaking. 

Dankzij Sharon! 


Betraande ogen, een brekende lach. We hebben het eerder gezien bij Sharon en het ontroert op een mooie manier. Moeder Ingrid sluit haar liefdevol in de armen. Op die inmiddels zo voor de familie Lindeboom uit het Overijsselse Heino bekende grote weide in de buurt van Rhoon. Vader Martien en oom Gert zitten nog vol adrenaline. Samen met Sharon hebben die twee zojuist hun eerste parachutesprong gemaakt. De stoere jongedame zelf is daarentegen inmiddels een echte ervaringsdeskundige. 

Als je als stichting Buddies jaarlijks ernstig zieke mensen laat parachutespringen ontkom je er niet aan om zelf ook in allerlei emoties te tuimelen. Meteen na de landing kijk je vaak in prachtige, stralende ogen. Dat gevoel van vrijheid daar hoog in de lucht… Dat je echt vliegt als een vogel… Dat je lijf gewichtloos lijkt en je even helemaal geen pijn meer ervaart… Het is voor velen een onbeschrijfelijke ervaring. Over hun woorden struikelend vertellen ze enthousiast en opgewonden hun verhalen aan de dierbaren die het allemaal vanaf de grond hebben zien gebeuren. 
Het is heerlijk om te zien, om erbij te zijn en mogelijk te maken. Als je daarnaast nog eens jaarlijks een familiedag houdt waarin je ook die dierbaren -echtgenoten, kinderen, ouders- laat skydiven in een windtunnel, dan krijg je al snel een soort band met die mensen. Ook al weet je dat je de meesten niet vaak meer terug gaat zien, dat je op een gegeven moment het bericht krijgt dat ze zijn overleden. 



Soms komen ze een jaar later weer terug en zie je aan de aftakeling van hun lichamen dat ze nu toch echt in reservetijd leven. Sharon is zo’n terugkomer. Maar zelfs in die categorie is ze een uitzondering. Haar eerste sprong maakte ze met haar zus Ruby, die galactosemie (een stofwisselingsziekte) heeft. Haar tweede met vriendin Esmee. De mooie, emotionele foto’s die we toen van beiden mochten maken, staan nog steeds in mijn geheugen gegrift. 
Esmee heeft de ziekte van Crohn, Sharon kreeg op haar zeventiende te horen dat ze een hersentumor had. Na die tweede sprong moest ze een loodzwaar maandenlang traject van bestralingen en behandelingen ingaan. De vooruitzichten waren niet bepaald hoopgevend. Maar Sharon, 23 inmiddels, overleefde, bleef terugkomen, sprong nóg drie keer. Haar moeder Ingrid werd zelfs een waardevol en liefdevol ambassadeur van Buddies (Klik: www.buddies.nu). 

Vandaag, tijdens het 10-jarige bestaan van ons Tussen Hemel en Aarde-evenement zou Sharon er niet bij zijn. Althans niet in het vliegtuigje. Liever maakte ze plaats voor een andere vriendin, voor Sandra, ook een vrouw met een hersentumor, en haar man en tweelingbroer die met haar mee zouden springen. Sharon gunde het haar zo dat ook zij een keer mocht ervaren hoe geweldig het voelt als je daadwerkelijk tussen hemel en aarde kunt zweven. 
En dus maakten we ons al op voor een nieuwe kennismaking. Met Sandra en haar familie. Met haar drie ongetwijfeld heerlijke kleine kindertjes, van anderhalf, drie en vier jaar. Maar soms is de tijd onverbiddelijk en zo snoeihard. Aan afscheid nemen raak je nooit gewend, maar een afscheid zonder eerste kennismaking is wel heel bizar.



Zondag 19 mei overleed Sandra, pas 35 jaar oud. Dat het voor ons onbekenden toch een indrukwekkend afscheid werd kwam door Sharon. Zij en haar vader Martien en oom Gert namen de plaats in van Sandra en haar man en tweelingbroer. In hun springpakken haar foto tegen zich aan gedrukt. Tandeminstructeur Judith Muit en cameraman Wouter Steijvers namen ook een foto mee. 


Zo werd de zesde parachutesprong van Sharon toch anders dan die andere vijf. “Ik had háár bij me, dacht de hele tijd aan mijn vriendin. Nu heeft ze toch nog die sprong kunnen maken waar ze zich zo op verheugde.” 

Betraande ogen, een brekende lach. Sharon recht haar rug, kijkt naar de hemel, waar de zon zijn warme weg door de wolken zoekt en vindt. Het was, zo weet ze zeker, niet haar laatste sprong. Het was er deze keer eentje met een hoog prikkeldraadgehalte, dat wel, maar het was ook een heel bijzondere en daarom zeker niet minder mooie.

Dankjewel Sharon dat je dit met ons wilde delen, de manier waarop je Sandra met je meenam en aan ons liet zien. 

Wat ben je toch een wereldvriendin. 

En blijf vooral een terugkomer!