zondag 2 juni 2019

Een afscheid zonder kennismaking. 

Dankzij Sharon! 


Betraande ogen, een brekende lach. We hebben het eerder gezien bij Sharon en het ontroert op een mooie manier. Moeder Ingrid sluit haar liefdevol in de armen. Op die inmiddels zo voor de familie Lindeboom uit het Overijsselse Heino bekende grote weide in de buurt van Rhoon. Vader Martien en oom Gert zitten nog vol adrenaline. Samen met Sharon hebben die twee zojuist hun eerste parachutesprong gemaakt. De stoere jongedame zelf is daarentegen inmiddels een echte ervaringsdeskundige. 

Als je als stichting Buddies jaarlijks ernstig zieke mensen laat parachutespringen ontkom je er niet aan om zelf ook in allerlei emoties te tuimelen. Meteen na de landing kijk je vaak in prachtige, stralende ogen. Dat gevoel van vrijheid daar hoog in de lucht… Dat je echt vliegt als een vogel… Dat je lijf gewichtloos lijkt en je even helemaal geen pijn meer ervaart… Het is voor velen een onbeschrijfelijke ervaring. Over hun woorden struikelend vertellen ze enthousiast en opgewonden hun verhalen aan de dierbaren die het allemaal vanaf de grond hebben zien gebeuren. 
Het is heerlijk om te zien, om erbij te zijn en mogelijk te maken. Als je daarnaast nog eens jaarlijks een familiedag houdt waarin je ook die dierbaren -echtgenoten, kinderen, ouders- laat skydiven in een windtunnel, dan krijg je al snel een soort band met die mensen. Ook al weet je dat je de meesten niet vaak meer terug gaat zien, dat je op een gegeven moment het bericht krijgt dat ze zijn overleden. 



Soms komen ze een jaar later weer terug en zie je aan de aftakeling van hun lichamen dat ze nu toch echt in reservetijd leven. Sharon is zo’n terugkomer. Maar zelfs in die categorie is ze een uitzondering. Haar eerste sprong maakte ze met haar zus Ruby, die galactosemie (een stofwisselingsziekte) heeft. Haar tweede met vriendin Esmee. De mooie, emotionele foto’s die we toen van beiden mochten maken, staan nog steeds in mijn geheugen gegrift. 
Esmee heeft de ziekte van Crohn, Sharon kreeg op haar zeventiende te horen dat ze een hersentumor had. Na die tweede sprong moest ze een loodzwaar maandenlang traject van bestralingen en behandelingen ingaan. De vooruitzichten waren niet bepaald hoopgevend. Maar Sharon, 23 inmiddels, overleefde, bleef terugkomen, sprong nóg drie keer. Haar moeder Ingrid werd zelfs een waardevol en liefdevol ambassadeur van Buddies (Klik: www.buddies.nu). 

Vandaag, tijdens het 10-jarige bestaan van ons Tussen Hemel en Aarde-evenement zou Sharon er niet bij zijn. Althans niet in het vliegtuigje. Liever maakte ze plaats voor een andere vriendin, voor Sandra, ook een vrouw met een hersentumor, en haar man en tweelingbroer die met haar mee zouden springen. Sharon gunde het haar zo dat ook zij een keer mocht ervaren hoe geweldig het voelt als je daadwerkelijk tussen hemel en aarde kunt zweven. 
En dus maakten we ons al op voor een nieuwe kennismaking. Met Sandra en haar familie. Met haar drie ongetwijfeld heerlijke kleine kindertjes, van anderhalf, drie en vier jaar. Maar soms is de tijd onverbiddelijk en zo snoeihard. Aan afscheid nemen raak je nooit gewend, maar een afscheid zonder eerste kennismaking is wel heel bizar.



Zondag 19 mei overleed Sandra, pas 35 jaar oud. Dat het voor ons onbekenden toch een indrukwekkend afscheid werd kwam door Sharon. Zij en haar vader Martien en oom Gert namen de plaats in van Sandra en haar man en tweelingbroer. In hun springpakken haar foto tegen zich aan gedrukt. Tandeminstructeur Judith Muit en cameraman Wouter Steijvers namen ook een foto mee. 


Zo werd de zesde parachutesprong van Sharon toch anders dan die andere vijf. “Ik had háár bij me, dacht de hele tijd aan mijn vriendin. Nu heeft ze toch nog die sprong kunnen maken waar ze zich zo op verheugde.” 

Betraande ogen, een brekende lach. Sharon recht haar rug, kijkt naar de hemel, waar de zon zijn warme weg door de wolken zoekt en vindt. Het was, zo weet ze zeker, niet haar laatste sprong. Het was er deze keer eentje met een hoog prikkeldraadgehalte, dat wel, maar het was ook een heel bijzondere en daarom zeker niet minder mooie.

Dankjewel Sharon dat je dit met ons wilde delen, de manier waarop je Sandra met je meenam en aan ons liet zien. 

Wat ben je toch een wereldvriendin. 

En blijf vooral een terugkomer!





dinsdag 28 mei 2019

Wielrennen moet wel menselijk blijven

Naar aanleiding van de koninginnerit vandaag in de Giro hieronder een fragment uit het boek Teun van Vliet, Drank, vrouwen de koers en de dood. Ik hoorde zojuist NOS-verslaggever Herman van der Zandt zeggen dat de koninginnenrit van vandaag was onthoofd door het schrappen van de beklimming van de beruchte Gavia, maar ik vond het een goede keuze van de doorgaans zo commercieel denkende organisatie. Wielrennen moet wel menselijk blijven. Gelukkig hebben ze geleerd van de editie van 1988. Bovendien bleef er met de ook al legendarische Mortirolo vandaag nog genoeg over om van de genieten. 
Enne... Johan van der Velde, voor altijd de enige echte L’uomo di Gavia… ik heb weer een kaarsje voor je aangestoken. Blijf moed houden makker! Het moet goed komen! Sterkte daar met alles... 


...5 juni 1988. De veertiende etappe van de Ronde van Italië gaat van start in Chiesa Valmalenco. De finish is in Bormio. 120 kilometer verderop. Het wordt een van de meest historische etappes in de geschiedenis van de moderne wielersport. Reden: de 2621 meter hoge Passo di Gavia. De weg is aangelegd in de Eerste Wereldoorlog voor de bevoorrading van Italiaanse soldaten, die in het Italiaans-Oostenrijks grensgebied vochten. ’s Winters is hij onbegaanbaar en dus afgesloten, maar de winter is al lang voorbij en het leek de organisatie van de Giro een uitdaging om het peloton over deze ook nu nog steeds besneeuwde bergpas te sturen. Een inschattingsfout! 
Bij de start is het al koud. Men verwacht nog meer sneeuw en zelfs temperaturen onder nul graden. Pagnin en Joho hebben er zin in en zorgen voor een eerste ontsnapping. Teun van Vliet, Podenzana en Ghirotto gaan er ook vandoor. Ze krijgen Johan van der Velde, de trotse drager van de paarse puntentrui, achter zich aan. Het begint te regenen, de wegen liggen vol modder. Teun van Vliet ziet Johan van der Velde zonder handschoentjes en met korte mouwtjes voorbijkomen en laat hem gaan. De dwaas! 
De regen wordt sneeuw, de kou sluipt in de botten van de renners, de spieren raken meer en meer verlamd. De pas is in die tijd nog niet volledig geasfalteerd. Daarom zakken de dunne bandjes van de racefietsen weg in de smurrie van sneeuw en modder. De televisiekijkers van die dag herinneren zich vooral de apocalyptische beelden van Johan van der Velde die als eerste boven op de Gavia arriveert. Een spook dat even later verdwijnt in een grijs-witte wereld van bevroren mist. 

Als er weer beeld is, zien we Erik Breukink opeens voorop rijden. Glibberend en rillend heeft die zich met gevaar voor eigen leven in de afdaling gestort en is de tweestrijd met rozetruidrager Andy Hampsten aangegaan. Breukink wint de even historische als bizarre etappe en nadert Hampsten tot op vijftien seconden in het klassement. Een groot kampioen als Giuseppe Sarronni komt huilend over de streep. Steven Rooks, Adriano Baffi, Rudy Dhaenens behoren tot de uitvallers. Iedereen is het erover eens: Dit had niets meer met wielrennen te maken. 

De naam Johan van der Velde komen we in de rituitslag pas tegen op bijna 50 minuten van winnaar Erik Breukink. Toch is en blijft juist hij voor de media de man van de dag. Johan van der Velde houdt aan zijn helletocht over de Gavia zelfs de 'eretitel' L’uomo di Gavia over. Pas veel later zal bekend worden dat hij indertijd na een paar kilometer afdalen rillend, schokkend en totaal onderkoeld is afgestapt en verdwaasd in een busje is gaan zitten. Samen met nog andere renners en hun fietsen heeft hij een deel van de route met de wagen afgelegd. Op drie kilometer van de eindstreep zijn ze allemaal weer uitgestapt om hun weg op de fiets te vervolgen. 
Diskwalificatie blijft uit. Tot woede van andere renners, die wel gewoon zijn doorgereden en met hun bevroren vingers in de afdaling amper meer konden remmen. Levensgevaarlijk!
Johan van der Velde wint in die Giro zijn derde puntentrui, Erik Breukink wordt tweede in de eindstand. Maar wat is er in die Gavia-etappe met een van de eerste aanvallers, met Teun van Vliet, gebeurd? Die is iedereen uit het oog verloren.
Kamergenoot Erik Breukink treft hem uiteindelijk rillend aan in zijn hotelbed. Met zijn doorweekte koerskleren nog aan! Het is zo’n moment dat Breukink altijd is bijgebleven. "Die dag vergeet je gewoon nooit meer, een van de spectaculairste die ik ooit heb meegemaakt. Het was voor iedereen een lange lijdensweg. Voor Teun meer nog dan voor mij. Ik reed voor de overwinning, kon mijn focus daar helemaal op richten, dat scheelt enorm. Het grootste deel van het peloton vocht alleen maar tegen de bittere kou. Zij dachten ‘hoe krijg ik het warm’, ik vooral ‘hoe ga ik hier winnen’. 
Teun was een keiharde, maar daar was na die rit over de Gavia helemaal niets meer van over. Ik had de huldiging, de dopingcontrole en alle interviews al achter de rug toen ik hem daar klappertandend op bed aantrof. Hij was net binnen, had dus nog veel en veel langer door die kou moeten fietsen dan ik. Hij wist totaal niet meer waar hij aan toe was. We hebben hem op moeten pakken en onder een warme douche moeten zetten..." 


PS: Het boek Teun van Vliet, Drank, vrouwen, de koers en de dood, dat indertijd door het publiek werd gekozen tot Sportboek van het Jaar, is nog steeds overal te koop. Zoals bij voorbeeld HIER.



donderdag 21 februari 2019

Jullie waren betoverend mooi! 


Als eerste: DANKJULLIEWEL!!! En als tweede: Wat was dat moeilijk! Ik heb me wel eens eerder ingezet voor crowdfundingsacties. Maar dan ging het om anderen. Wie mij een beetje kent weet dat ik niet goed ben in het zelf om hulp vragen. Al was het nu ook niet echt voor mezelf, maar voor mijn prachtige dochter Brigitte en 28 andere mensen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking, ik moest toch heel wat schroom van me afschudden. 

Crowdfundingsacties, daar waren er toch al zo enorm veel van? En was dat niet ook een beetje bedelen? Moest ik daar mensen mee lastig gaan vallen? Ja, dat moest ik! Ik had Brigitte -en anderen- bezig gezien bij een Tovertafel, die aanwezig was op een jubileumfeest van onze zorginstantie Gemiva SVG. Wat een geweldig ding was dat! Wat zou het mooi zijn als ze dat ook op haar groep hadden. Maar wat was-ie duur! 

Het liet me niet los. En uiteindelijk kwam er dus die inzamelingsactie van en voor woonlocatie Schouwenhof en moest ik voor mijn gevoel met de billen bloot. Want soms heiligt het doel de middelen en moet je dus iets gaan doen wat volledig buiten je comfortzone ligt. 

Het doel was natuurlijk duidelijk. De middelen? Maar eens beginnen met Facebook. Maar Facebook is Facebook niet meer sinds het nieuwe algoritme daar. Steeds hetzelfde kleine groepje mensen zag mijn oproep voorbijkomen, steeds viel ik dus weer dezelfde vrienden lastig. Om de vis(bedel)vijver wat groter te maken besloot ik een aparte Facebookactie op te zetten. Eentje die ik makkelijker met al mijn ‘vrienden’ kon delen. Daarvoor moest ik dan wel bijna 5.000 keer apart op hun namen klikken. Weer een schroom die moest worden overwonnen. 

En de volgende wachtte: Al mijn contactpersonen in mijn gewone mail aanschrijven, mijn familie, oud-collega’s, ‘echte’ vrienden. Eerst wilde ik in alle gevallen nog selectief te werk gaan, maar uiteindelijk gooide ik alle remmingen overboord. Vele keren drukte ik op de verzendknop. Ik ging mensen nu echt daadwerkelijk op hun privédomein lastigvallen met iets waar ik eigenlijk zelf een hekel aan heb. Maar er was geen weg terug meer, dan maar all-in gaan. 

Oude vrienden, Facebookvrienden, LinkedIn-contacten, familie, bekende Nederlanders, onbekende Nederlanders, ik spaarde niemand. En dan krijg je verrassende reacties. 

Er waren boze mensen die vonden dat de zorginstantie zelf maar dat geld moest ophoesten. Ik reageerde dat ik liever heb dat ze hun geld in voldoende personeel en goede basiszorg investeren. Ik schreef wel vijftien fondsen aan, maar kreeg alleen maar afwijzingen. Uit hun -en ook heel wat andere- reacties bleek maar weer eens dat de groep mensen met EMB (Ernstige Meervoudige Beperkingen) een vergeten en ‘weggestopte’ groep is, waar weinig aandacht voor is. Commercieel niet bepaald aantrekkelijk om ‘goede sier’ mee te maken. Bovendien dus behoorlijk onzichtbaar voor de samenleving. 

Er waren ook veel mensen die zeiden: ‘Dat wil ik ook wel voor mijn kind’. Wat me deed beseffen dat ik veel vrienden heb die zelf tot over hun oren in de zorg(en) zitten. 

Sommige mensen hebben mij op Facebook ‘ontvriend’ omdat ik ze heb lastiggevallen met iets wat er volgens mij echt toe doet, anderen wilden door mijn hulpvraag juist opeens vriend worden. 

Een andere les, die ik maar weer eens leerde, was die van het beroemde loslaten. Elke keer weer had ik de neiging om te kijken hoever we waren, hoeveel er nog nodig was, of er nog nieuwe stortingen waren? Werd er nog geboden op die unieke gouden en platina cd’s die zangeres Hanny beschikbaar stelde? Hoeveel zal straks die geweldige muziekdag van Joop Vastenhout en Jos van Putte en hun Goodwill Concerts opleveren? 

Langzaam maar zeker veranderde er echter iets. Bijna ongemerkt nam de stress af over of we het zouden halen of niet. Ik ergerde mij steeds minder aan mensen die kritiek hadden, maar raakte juist steeds meer ontroerd door al die vrienden die naar eigen vermogen doneerden. Ik zag hoe mensen die zelf elke maand weer de touwtjes aan elkaar moeten knopen toch kleine bijdragen gaven en dat deden met een heel groot hart. 

Ik voelde steeds meer die prachtige warme deken die over de actie ging hangen. Ik kreeg steunbetuigingen van mensen waarvan ik het niet had verwacht. En ik kreeg mails van mensen waarbij ik tranen moest wegpinken. 

Wat heb ik jullie lastiggevallen. Maar wat werd ik uiteindelijk geraakt door al die mensen die met warme handen langs universele snaren tokkelden. 

Ik liet het los, vertrouwde erop dat het goed zou komen. En als je loslaat kunnen er wonderbaarlijke dingen gebeuren. Dan is het net als toveren. 

Opeens was er die column van Norma Miedema. En ‘verscheen’ dat mooie mens dat die had gelezen en in één keer het nog resterende bedrag aanvulde. Met het verzoek om anoniem te mogen blijven. 

Ik viel stil. De tafel voor de groep van Brigitte was ‘binnen’ terwijl het Goodwill Concert nog moet komen. Uiteraard gaat dat gewoon door. Met Brigitte als ambassadeur van de Tovertafel(s). Voor al die extra’s die er bij de Tovertafel kunnen worden aangeschaft. En vooral voor die andere locatie van Schouwenhof, waar ook mensen als Brigitte wonen. Voor die andere personen met meervoudige lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen, die ook zo’n Tovertafel verdienen. 

Maar dat laat ik nu verder ook zo veel mogelijk los en over aan Goodwill Concerts en hún relaties en vrienden. 

Enorm bedankt iedereen! Jullie waren en zijn betoverend mooi!!! 


PS: En kom vooral naar het Goodwill Concert op 24 maart in het Dolhuis in Dordrecht. Want daar gaat het toveren dus gewoon nog even door. Wie daar niet toe in de gelegenheid is, maar toch alsnog een bijdrage wil leveren kan dat doen door te doneren op: rekeningnummer: NL44KNAB0256435588 t.n.v. Goodwill Concerts (t.a.v. EJ van Putte/JJ Vastenhout) onder vermelding van TOVERTAFEL.

maandag 11 februari 2019

10 vragen aan… Black Label Blues Band


Nu het programma van het Goodwill Concert op 24 maart in het Dolhuis in Dordrecht bekend is, wil ik de komende weken op deze plaats de bands die meedoen aan jullie voorstellen. Dit in de vorm van steeds dezelfde ‘10 vragen aan…’ 

Vandaag deel 4: Black Label Blues Band 


Hoe komen jullie aan jullie naam?

Die hebben we ‘geleend’ van het bekende whiskymerk, omdat whisky wel past bij het imago van de blues. 

Wat voor soort muziek spelen/maken jullie? 

Old Skool en Chicago Blues. Maar we spelen ook oude popnummers van bij voorbeeld de Rolling Stones, of All or Nothing van The Small Faces en Pearl’s a Singer van Elkie Brooks. 

Wie of wat is jullie inspiratiebron? 

Johnny Otis, Peter Green, Frankie Miller en Etta James. 

Stel de bandleden en hun individuele inbreng en achtergrond even voor. 

De band bestaat uit 7 personen. 
Drums: Arie Biesheuvel. Was vroeger o.a. drummer in het circus en heeft al bij heel wat bandjes gespeeld. Een man met een geweldig nauwkeurig gehoor. Hij weet als geen ander hoe de drums op een origineel nummer moeten klinken. Onze motor. 
Bas: Mark Schnijder. Oud-beroepsmuzikant. We treffen het met een bassist zoals hij. Hij is echt heel goed. Wil altijd naast de drummer staan. Daar komt niemand tussen. De steunpilaar. 
Toetsen: Berry Jansen. Is eigenlijk zanger/gitarist. Treedt in die hoedanigheid ook veel solo op. Omdat hij ook piano kan spelen vroeg de band hem als toetsenist. Maakte zich in recordtempo het bluesgenre eigen. De regelaar.
Harmonica/zang: Hijmen van Valen. Sessiemuzikant. Hij speelt wat hij hoort. Werkelijk alles. De druktemaker van de groep. 
Sologitaar: Ruud Kramer. Een gitarist met een hele brede achtergrond. Hij kan alle wereldberoemde solo’s die er zijn perfect naspelen. Een alleskunner. 
Zang: Birgitta de Grauw. Prachtige stem. Heeft al een paar solo-cd’s op haar naam staan. Beheerst vele verschillende stijlen. De enige van de band die Hijmen stil kan krijgen. 
Zang/Gitaar: Joop Vastenhoud. Speelde o.a. met Rudy de Queljoe, Eelco Gelling en Kaz Lux. Kent iedereen en iedereen kent hem. Schrijft ook zelf nummers. De voorman van de band. Oude rot. 

Waarom hebben jullie besloten om mee te doen aan het Goodwill Concert voor de Tovertafel? 

We vinden het een prachtig goed doel en bij ons speelt mee dat we allemaal Brigitte ook persoonlijk kennen. Ze zal, met haar medebewoners op Schouwenhof, die Tovertafel prachtig vinden. 

Wat was tot nu toe jullie hoogtepunt? 

Dat moet nog komen. Al was de albumpresentatie vorige week in het Dolhuis een mooi eerste begin. Op Shakey Ground staan prachtige covers, maar we willen nu ook een album met louter eigen nummers gaan maken. 

Jullie top 3 aller tijden? 

Daar denken we niet allemaal hetzelfde over. 
De top 3 van voorman Joop is in elk geval: 
Need Your Love So Bad (Fleetwood Mac).  
Stairway to Heaven (Led Zeppelin). 
Sweet Home Chicago (The Blues Brothers). 

Hoe zien jullie jezelf over 10 jaar? 

Dan trekt Birgitta de oude mannen van de bank, waarop ze naar hun oude cd’s zaten te luisteren, en jaagt ze onze ‘bus’ in. In een stokoude touringcar met onze naam erop reizen we dan van festival naar festival. 

Met wie zouden jullie wel eens willen samenwerken? 

Met een hopelijk weer gezonde Eelco Gelling. Maar als we in het voorprogramma mogen staan van Eric Clapton of John Mayall zeggen we natuurlijk ook geen nee. 

Wat kunnen de mensen op 24 maart van jullie verwachten? 

Volle inzet, heel veel plezier en met enorme passie gespeelde mooie muziek. Waarbij wij binnen onze bluesgrenzen blijven. Want dat is het mooie van die dag: vier verschillende bands met alle vier een verschillende eigen stijl. En de jongens van die bands zijn ook nog eens goede bekenden van ons.


--------------------

Zet 24 maart alvast in jullie agenda. Het zal tussen 14.00 en 20.00 uur in het Dolhuis in Dordrecht niet alleen een sfeervolle dag worden, maar ook een toverdag. Want elke bezoeker helpt mee aan de inzamelingsactie voor die geweldige Tovertafel voor 29 mensen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking voor woonlocatie Schouwenhof van Gemiva SVG. 

En dat allemaal voor slechts 5,- euro entree.


Mocht je niet kunnen en toch willen doneren, klik dan hier

dinsdag 5 februari 2019

10 vragen aan… Downtown Decatur 



Nu het programma van het Goodwill Concert op 24 maart in het Dolhuis in Dordrecht bekend is, wil ik de komende weken op deze plaats de bands die meedoen aan jullie voorstellen. Dit in de vorm van steeds dezelfde ‘10 vragen aan…’ 

Vandaag deel 3: Downtown Decatur 

Hoe komen jullie aan jullie naam? 
Decatur Street is in French Quarter in New Orleans. Daar is het legendarische House of the Blues waar al decennialang favoriete artiesten van ons optreden. 

Wat voor soort muziek spelen/maken jullie? 
De muzikale roots van Downtown Decatur liggen voornamelijk in verschillende muziekstijlen uit de zuidelijke staten van de USA. Blues, Folk, Alt. Country, Southern Rock en Cajun, samengebracht onder de noemer Americana. Onze muzikale reis vindt zijn oorsprong van de Appalachian Mountain tot in de Mississippi Delta. Gemixt met invloeden van de West Coast en andere sub-genres. Ontstaan uit muziek die ooit door immigranten en bluesmuzikanten werd gemaakt om een stem te geven aan hun heimwee en verdriet en hoop. 
We speelden in het begin alleen covers van muzikale helden als J.J. Cale, Almann Brothers, Levon Helm en John Hiatt, maar er rees al snel het idee om de invloeden van de verschillende bandleden in te zetten om zelf nummers te schrijven. Omdat we een aantal songwriters en zangers hebben is er een gevarieerd repertoire opgebouwd. Vrolijke nummers worden afgewisseld met mooie ballades met sfeervolle meerstemmige zang en pittige solo’s. 

Wie of wat is jullie inspiratiebron? 
The Allman Brothers Band, J.J. Cale, Little Feat, Ryan Adams, The Band, John Hiatt, Steve Earle, Zachary Richard, Jackson Browne, eigenlijk te veel om allemaal op te noemen. 

Stel de bandleden en hun individuele inbreng en achtergrond even voor. 
Een aantal muzikanten van Downtown Decatur heeft al eerder met elkaar in bands gespeeld. Een jaar of drie geleden spraken we af om een nieuwe band te starten en een repertoire op te stellen met songs van favoriete artiesten en daar eigen werk tussen te voegen. 
Zang, gitaar, mandoline en Cajun accordeon: Evert Houtman (speelde o.a. in Marrakesh, Mix the Signals, The Noble Band en Crow’s Feet). Favoriete artiesten: Little Feat, Bonnie Raitt, Allman Brothers Band, Canned Heat, Zachary Richard. 
Gitaar: Frans Tuerlings (speelde o.a. in Rob & amp, the Co-assistant, Joyce & amp, the Boys). Favoriete artiesten: Frank Zappa, Rory Gallagher, John Renbourn. 
Zang en percussie: Andre Boer (speelde in The Jugband en Crows feet). Favoriete artiesten: Gerry Rafferty, J.J.Cale, His Golden Messenger en The Eagles. 
Zang, Hammond orgel, piano en synthesizer: Ton Pluijmert (speelt ook in Zorrow, speelde o.a. in mr. Greyhead, Me & the Band). Favoriete artiesten: Roy Buchanan, The Little River Band, Blues en Soul music. 
Zang en bas: Koos Markesteijn (speelde in Trash, Mix the Signals, the Squall en Under Influence). Favoriete artiesten: Allman Brothers Band, Counting Crows, Steve Earle, Jackson Browne, Rory Gallagher. 
Drum: Tom Bogers (speelt ook in Skeftum en speelde in Zorrow). Favoriete artiesten: J.J. Cale, Seasick Steve, Creedence Clearwater Revival, The Free. 

Waarom hebben jullie besloten om mee te doen aan het Goodwill Concert voor de Tovertafel?
Optreden voor een goed doel is wat wij af en toe doen en dat zal ook zo blijven. En dit is zo’n mooi goed doel, daar konden wij echt niet aan voorbij gaan. Die interactieve tovertafel voor die grote groep mens bij Gemiva moét er gewoon komen. 

Wat was tot nu toe jullie hoogtepunt? 
Dat we deze groep muzikanten, met verschillende invalshoeken binnen al die muziekstijlen, bij elkaar hebben gekregen. Zelfs onze repetities zijn elke keer weer een feest. 

Jullie top 3 aller tijden? 
Er zijn echt te veel geweldige songs om daar een top 3 van samen te kunnen stellen. 

Hoe zien jullie jezelf over 10 jaar? 
De meeste oud, maar hopelijk nog niet totaal versleten. Met dan onze drummer Tom (verreweg de jongste) die ons 1 voor 1 het podium op gaat tillen. Want optreden willen we altijd blijven doen. 

Met wie zouden jullie wel eens willen samenwerken. 
Niemand speciaal. Op het Goodwill-festival werken we al samen met Zorrow, Skeftum en The Black Label Bluesband, en dat vinden we leuk. 

Wat kunnen de mensen op 24 maart van jullie verwachten? 
Er een fijne middag/avond van maken. Samen met de andere bands die spelen. En natuurlijk met een spontaan en enthousiast publiek.


 -------------------- 


Zet 24 maart alvast in jullie agenda. Het zal tussen 14.00 en 20.00 uur in het Dolhuis in Dordrecht niet alleen een sfeervolle dag worden, maar ook een toverdag. Want elke bezoeker helpt mee aan de inzamelingsactie voor die geweldige Tovertafel voor 29 mensen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking voor woonlocatie Schouwenhof van Gemiva SVG. 
En dat allemaal voor slechts 5,- euro entree. 
Mocht je niet kunnen en toch willen doneren, klik dan hier

maandag 4 februari 2019


De vrije val van een groot kampioen



Ooit gehoord van Järvenpää? Ik ook niet, laat staan dat ik had gedacht er ooit nog eens te komen. Ik schrijf de naam voor het eerst op in januari 1998, bij het Europees kampioenschap allround-schaatsen in Helsinki. De sneeuw dwarrelt zachtjes naar beneden, de vele lampen en vlaggen langs de buitenbaan zorgen voor een sfeervol decor. Er is zowaar een heuse openingsceremonie, met mooie muziek, prachtige dans en een knallend vuurwerk. 
De schaatsers en hun gevolg zijn wedstrijden in overdekte stadions gewend en hebben er tegenop gezien om hier naartoe te komen. Men is bang voor extreme kou, sneeuwstormen, ellenlange dweilpauzes en verpest ijs. Maar de Finnen doen hun best om het in elk geval gezellig te maken. 
Het EK is voor velen een van de laatste test-cases voor de Olympische Spelen van Nagano. ‘Ik ben’, zegt onze nationale troef Rintje Ritsma, ‘hier naartoe gekomen om het fundament voor Japan te leggen. Ontspannen rijden, de juiste slag behouden en de puntjes op de i zetten.’ Hij neemt het dus niet al te serieus? Hoewel: ‘Als je weer een titel aan je lijst kunt toevoegen ga je er toch wel voor, want zoveel eergevoel heb ik wel.’ 
Het valt, zo blijkt al snel op en langs de Oulunkylä-baan van Helsinki, mee met de kou. Het sneeuwt dan wel een beetje, maar ook de stormen blijven uit. De omstandigheden lijken voor iedereen gelijk en de meeste journalisten hangen gezapig rond op de tribunes. Europees kampioenschap of niet, ook wij zien het vooral als een verplicht tussendoortje, een opmaat naar Nagano, de terugkeer naar de stad waar we een jaar eerder, tijdens het wereldkampioenschap, zoveel plezier hebben gehad. 
Mijn altijd ijverige collega en maat Joop van Het Parool heeft een afspraak met een bekende lokale journalist. Joop heeft in het Finse boulevardblad Ilalehti drie plaatjes van een groot kampioen gezien, met telkens een andere vrouw aan zijn zijde. In de bijbehorende tekst staat dat hij binnenkort voor de derde keer gaat scheiden. Dat heeft hem nieuwsgierig gemaakt. 
We horen dat de kampioen, ooit toch de grootste volksheld van Finland en omstreken, aan lager wal is geraakt. Toevallig heeft onze Finse collega gisteravond een tip gekregen dat hij zou zijn gesignaleerd in een club in Järvenpää. Daar zou hij niet alleen als zanger optreden, maar ook een heuse striptease-act opvoeren. De Finse journalist is vast van plan om hem op te sporen, maar nu moet hij eerst het EK voor zijn krant verslaan, dus hij zal er pas volgende week achteraan kunnen gaan. 

Joop en ik kijken elkaar met pretogen aan. Matti Nykänen zingend uit de kleren zien gaan? Dat lijkt ons een prachtig verhaal! Vele malen interessanter dan het schaatsen hier. Järvenpää? Hoe spel je dat? Kan hij het even voor ons opschrijven? En waar ligt dat eigenlijk? Ook hier in het zuiden. Mooi! 
Järvenpää is, zo horen we, een stadje van pakweg 30.000 inwoners en vanuit Helsinki met de trein gemakkelijk bereikbaar. Joop en ik wrijven ons in de handen. We zitten eigenlijk maar met één probleem. We zijn hier natuurlijk naartoe gekomen om het schaatsen te verslaan, in Nederland in de winter de belangrijkste sport. Als het met het reizen naar Järvenpää morgen tegen zit, als de zoektocht erg lang gaat duren en we niet op tijd terug zijn voor de slotdag, dan kunnen we dat nooit aan onze bazen verkopen. Al helemaal niet als we Nykänen niet weten te vinden, want dat blijft natuurlijk een grote gok. 
Het wedstrijdverloop neemt in de uren die volgen onze twijfel weg. Rintje Ritsma haalt met een tweede plaats op de sprint en de winst op de vijf kilometer meteen al de spanning uit het EK. Ook bij de dames lijkt het op een a-, b-, c-tje uit te draaien, als stayer en favoriete Claudia Pechstein voor het eerst in haar leven direct maar haar slechtste afstand, de 500 meter, gewoon wint. De kampioenen lijken nu al vast te staan. En verhalen over Ritsma en Pechstein schudden we toch wel uit onze mouwen, daar hoeven we al die ritten die nog moeten komen niet echt voor te zien. Doen? Ja! Wie niet waagt, wie niet wint. 

Het schemert al vroeg als we op zaterdagnamiddag in de trein richting Järvenpää zitten. We graven in ons geheugen. Wat weten we nog van Matti? Natuurlijk dat hij olympisch goud in Sarajevo won, een jonge en mooie, zo op het oog onbevangen knul toen nog. Op de 90-meterschans bedroeg zijn voorsprong op zijn grote rivaal, de Oost-Duister Jens Weißflog 17,5 punten, nog nooit eerder vertoond in de olympische geschiedenis. 
Hij werd de meest succesvolle schansspringer ooit, vijf keer wereldkampioen, won tientallen wereldbekerwedstrijden en schreef tijdens de Winterspelen van Calgary definitief geschiedenis. Hij was onverslaanbaar, pakte drie keer goud, op beide schansen en tijdens de teamwedstrijd, een unicum. Terwijl de Nederlandse schaatsster Yvonne van Gennip met drie keer goud koningin van de Spelen werd, kroonde Nykänen zich tot de alleen heersende koning. 
Hij werd verafgood in Finland en ook daarbuiten enorm bewonderd. ‘De engel der schansen’ werd hij genoemd. Omdat hij er zo uit zag. En omdat hij door de lucht kon vliegen als geen ander. Maar wie hoog vliegt, kan ook diep vallen, zo horen we al snel. Van de hemel naar de hel, het zijn clichés, maar wel clichés, die bij Nykänen passen. 

‘Drugs en alcohol hebben hem kapot gemaakt’, vertelt een andere Finse journalist, die we bellen voor wat meer informatie. We kennen hem van onze winterse reizen, het is en blijf een kleine wereld, en we weten dat hij Nykänen jarenlang op de voet heeft gevolgd. Het doet hem pijn als hij ziet wat er van die engel van weleer is geworden. ‘Soms, als hij zo’n apparaatje tegen de drank in zijn lichaam heeft laten aanbrengen, gaat het weer even. Maar als dat is uitgewerkt of verwijderd gaat het meteen weer mis. Ik heb hem al een tijd niet meer gezien. Weten jullie soms waar hij momenteel uithangt?’ 
Dat weten we wel en eigenlijk ook niet. We hebben nu weliswaar een vermoeden, maar niets is nog zeker, we zijn als het ware momenteel op zoek. Kan hij ons nog iets meer vertellen? ‘Matti is altijd een mysterieus mens geweest. Zelfs degenen die dichtbij hem stonden wisten nooit wat ze aan hem hadden. Hij kon in enkele minuten tijd zomaar opeens van een erg aardige man in een duivel veranderen. Hij was altijd vreselijk moeilijk in de omgang, ook binnen het nationale team. Matti kon over iets heel kleins vreselijk kwaad worden en even later deed hij weer net alsof er helemaal niets was gebeurd.’
‘Sommigen zeggen dat er tijdens zijn geboorte al iets is misgegaan met Matti. Minor Brain Damage, een kleine hersenbeschadiging, waardoor zijn stemmingen nogal wisselvallig kunnen zijn. Hij mist een mentale balans. Bovendien heeft hij nooit goed tegen drank gekund. Daar komt dan nog eens zijn onstabiele privéleven bij. Drie stukgelopen huwelijken, twee met een kind, een derde kind bij een vluchtige vriendin, ook een relatie met hem onderhouden is niet gemakkelijk.’ 
‘Als schansspringer was hij de beste die er ooit is geweest. Iemand zoals hij zal er in deze sport nooit meer zijn. Zó goed, ongelofelijk. En ook zó enorm geliefd en populair. Maar hij heeft daar nooit iets mee gedaan. In 1991 sprong hij zijn laatste grote wedstrijd. Het wereldkampioenschap. Hij, de absolute keizer aller springers, werd vijftigste en laatste! Daarna heeft hij nog verschillende pogingen ondernomen voor een comeback, maar de sport was inmiddels veranderd, de V-sprong was geïntroduceerd en Matti kon die maar niet onder de knie krijgen.’
‘Hij had ook na zijn loopbaan nog gemakkelijk veel geld kunnen verdienen. Bijvoorbeeld met televisieoptredens overal op de wereld. In Duitsland en Oostenrijk waren ze helemaal gek van hem, maar Matti spreekt zijn talen niet, heeft er ook nooit moeite voor gedaan om die te leren. Hij heeft alleen de lagere school doorlopen, spreekt alleen Fins.’ 
‘Toch was hij niet arm. Toen hij de eerste keer trouwde kon hij zich een prachtig huis veroorloven. Maar hij vergat voor zijn huwelijk naar de notaris te gaan en was bij de eerste scheiding meteen al de helft van al zijn bezittingen kwijt. Zijn onstabiele leven en zijn drankgebruik hebben hem zo aangegrepen dat hij daarna niets meer onder controle had’. 
Het is een triest verhaal, van een vedette die de ladder aan de andere kant al lang weer is afgedaald en verder weg schijnt te zijn gezakt dan zijn fans voor mogelijk hadden gehouden. We beloven onze ‘verteller’ dat we hem weer zullen bellen als we hem hebben gevonden. 

Het sneeuwt behoorlijk als we in Järvenpää aankomen. We zakken tot onze enkels in de koude sneeuw. Hadden we nu toch maar onze moonboots aangedaan. Ook de wind is toegenomen. We lopen op goed geluk het stadje in en vragen voorbijgangers of ze wellicht weten waar de club is waar de legendarische Matti Nykänen werkt. 
We hebben enorm veel geluk. Al bij de tweede passant is het raak. Natuurlijk weet hij dat. Man, hij en vele anderen hier, zijn er maar wat trots op dat de Winterkoning zijn emplooi in Järvenpää heeft gevonden. Vier dagen geleden was hij er opeens. In het Casino, een erotisch restaurant, verderop, daar ginds, langs de randweg. Hij wil best wel even met ons meelopen. 
Dat hoeft niet, we gaan er liever alleen op af. Met kloppend hart naderen we de plek die ons is aangegeven. Bij de hoofdingang van het grote gebouw worden we tegengehouden door een portier. We zeggen hem dat we twee journalisten zijn die helemaal uit Nederland zijn gekomen, speciaal om Matti Nykänen te ontmoeten. We moeten even wachten en hij komt terug met de eigenaar van het bedrijf. 
Nykänen heeft eigenlijk geen zin in een gesprek, maar hij weet ook wel dat hij vroeg of laat hier gevonden zou worden. Hij had alleen niet verwacht dat dit zo snel zou gebeuren. De zaak kan wel wat publiciteit gebruiken, dus we mogen met hem mee komen. 

We lopen een zijkamertje in en daar zit hij. Zijn rechter mondhoek trekt zowaar tot iets wat op een glimlach lijkt. We herkennen hem meteen, al zijn z’n vroegere glinsterende pretogen dof geworden, is zijn blik versluierd met mist en regen. Zijn gezicht draagt het gebroken wit van een kantoorbaan, geen kleur, zelfs geen blos op de wangen. 
Matti Nykänen voelt zich volledig door ons overvallen. Hij is vriendelijk, maar nerveus. Zijn haren zijn geblondeerd, zijn handen trillen. Hij knippert voortdurend onrustig met zijn ogen, maar probeert zich als een innemende gastheer te gedragen. Als we ons althans eerst hebben geïdentificeerd, want dat uitgerekend wij Nederlanders hem hier in deze omgeving zo snel hebben opgespoord, kan hij maar moeilijk bevatten. 
Hij bestelt voor ons een biertje en voor zichzelf een glaasje bronwater. We vragen hem of hij niet gezellig meedrinkt? Nee, nee, hij drinkt geen alcohol. Nooit! Nou ja nooit, zo af en toe dan. Maar slechts een héél klein beetje. 
De opgetrommelde vrouwelijke tolk heeft moeite met het vertalen van onze vragen en Nykänen houdt zich zoveel mogelijk op de vlakte. Je ziet het aan hem als hij liegt, je ziet het dat hij hier eigenlijk niet tegen kan, dat hij met rust gelaten wil worden en ons het liefst er meteen uit zou willen gooien. Maar hij moet vriendelijk blijven. Van zijn nieuwe baas vooral, die erbij is komen zitten.
Hij heeft Nykänen beloofd dat als hij goed zijn best doet hij hem zal helpen met het openen van zijn eigen erotische restaurant. In Helsinki nog wel. Er zit toekomst in zijn concept en het zou dus ook een nieuwe, mooie toekomst voor Matti kunnen zijn. 
Een erotisch restaurant, wat is dat eigenlijk, wat doet Nykänen hier voor werk? ‘De mensen amuseren. Met zingen. Karaoke. Ze naar de dansvloer lokken. Ze een gezellige avond bezorgen. Nee, nee, niet met de vrouwen, dit is geen seksclub, seks is er hier niet bij.’ 
Hij zit in de showbusiness noemt hij het zelf. De baas is zijn vriend, hij wil juist hem helpen, omdat hij een groot fan was, want voor het geld hoeft hij het niet te doen. Als topsporter heeft hij goed verdiend. Als we hem zeggen dat we toch heel andere verhalen hebben gehoord, is hij een tijdje stil. ‘Geen commentaar’, laat Nykänen de tolk weten. En: ‘Ik praat niet over mijn investeringen.’ 
Het gesprek wordt dan onderbroken door een dronkaard die binnenkomt en maar blijft roepen dat Nykänen ‘the greatest’ is. Hij wordt tot vier keer toe door de voormalige schansspringer verwijderd. ‘Weet je’, zegt hij opeens ongevraagd, ‘het gaat goed met me. Hiervoor heb ik drie jaar in een restaurant gewerkt. Bij mijn ex-vrouw. Als ober. Ik hoop straks weer op eigen benen te kunnen staan.’

Het schansspringen mist hij nog dagelijks. Zonder die operatie aan zijn rug, in 1993, was hij er nooit zo vroeg mee gestopt. Hij is nu 34 en had, beweert hij, anders nu nóg meegekund. We hebben het maar niet over de V-sprong, misschien begint hij er zelf wel over, we laten hem nu liever gewoon doorpraten. 
‘Ik ga nooit kijken, dat kan ik niet opbrengen. Het is ook niet meer zo mooi als vroeger. Die V-stijl die er nu is, die is zo gemakkelijk, dat gaat vanzelf, iedereen kan het’. Hij zou wel commentator willen worden bij de wedstrijden. Misschien komt dat er ooit nog van, maar ja, nu is er eerst die nieuwe baan. Zes dagen in de week, altijd ’s-avonds en de hele nacht door. Nu, na enkele dagen, is hij al oververmoeid. Maar hij laat de mensen genieten en dat is dankbaar werk. 
Matti Nykänen zucht diep, sluit de ogen, maar recht dan zijn rug en staat plotseling op. Hij bedankt ons heel hartelijk voor onze komst. Er volgt nog net geen omhelzing. Het afscheid is verrassend en ontroerend warm. 
Wellicht dacht hij dat Joop en ik nu terug naar Helsinki zouden gaan, maar in plaats daarvan stappen we de grote zaal van het Eroottinen Ravintola Casino binnen. We zijn als doorgewinterde reizigers wel wat gewend, maar zoiets hebben we nog niet eerder gezien. Jonge, vooral Oost-Europese, vrouwen lopen vrijwel naakt, slechts gehuld in minuscule strings, door de zaal, op zoek naar ‘liefhebbers’. 
Even verderop, in een van de open nissen, trakteren vrienden een blijkbaar jarige bezoeker op een privéshow. Er gaan geen gordijnen dicht, iedereen kan gewoon meekijken als de jarige met zijn kleren aan op het pluche neerploft en wordt verleid door een prachtige vrouw, die als eerste meteen maar ook het stringetje uittrekt. Kronkelend wrijft ze met haar onderlichaam over het gezicht van de jarige. 
De toeschouwers klappen en joelen en de jonge vrouw gaat ver, heel ver. Kortom, van erotiek is nauwelijks sprake. Geen seks had Nykänen gezegd, maar we horen al snel van de gasten, dat aan het erotische restaurant een hotel grenst. Voor als je niet meer te houden bent, want tja, voor geld is immers alles te koop.

We doden het wachten op de komst van Nykänen door met Evelina te praten. Ze spreek goed Engels, is zeer innemend en haalt twee grote glazen bier voor ons. Ze komt uit Estland, werkt hier als striptease-danseres en zal straks met de voormalige ‘Engel der schansen’ een act gaan opvoeren. Maar Nykänen houdt zich vooralsnog schuil. 
De baas komt vragen of we nog niet weggaan. Nee dus, we blijven tot Matti heeft opgetreden, al moeten we nog uren wachten. Evelina vraagt tenslotte of ze een privé-show zal geven. Met de gordijnen dicht uiteraard. Hoe mooi en uitdagend we haar ook vinden, hoe aanlokkelijk haar aanbod ook is, Joop en ik bedanken beleefd voor de eer. Nog maar een biertje dan? Dat wel. 
Het lange wachten is in deze omgeving zeker geen straf, maar we zijn toch blij als tenslotte de spots op het speciale dansvloertje aan gaan. Daar is-ie eindelijk. De volle zaal schreeuwt en klapt. Een bruin geschminkte Matti Nykänen pakt de microfoon, leunt tegen een kunstboompje en zingt twee Finse popliedjes. En nog goed ook! 

Hij ziet ons staan, hapert even en zucht, maar dan zet hij toch een derde lied in en verschijnt de schone Evelina naast hem. Matti zingt en swingt en Evelina kleedt zich langzaam uit, kronkelt wulps op, over en om hem heen en begint ondertussen ook de zanger uit te kleden. De zaal is uitzinnig. Absurder kan onze ontluistering niet zijn. 
Als de show is afgelopen en Joop en ik alweer een biertje krijgen voorgehouden zien we hoe Nykänen lege glazen ophaalt. Later helpt hij met bier tappen, draait wat muziek. Tussendoor deelt hij links en rechts handtekeningen uit. Hij is dus en soort manusje van alles, in dit erotische restaurant, dat eigenlijk gewoon een platte seksclub is. 
Wat rest is dan nog slechts medelijden. Matti Nykänen vloog tijdens de Olympische Spelen van Sarajevo en Calgary naar grote hoogten. Vriend en vijand, kenner en leek, tot op de dag van vandaag is iedereen het er over eens dat hij de beste schansspringer ooit is. Nu, hier in die louche zaak langs de doorgaande weg van Järvenpää, schieten we hem nog een keer aan. 
Gaat hij nog naar de Spelen van Nagano? Hij was, zegt hij, dat vast van plan, had zelfs het ticket al op zak. Maar ja, nu heeft hij opeens een nieuwe baan en de baas heeft hem een eigen erotisch restaurant beloofd. Als hij nu maar zijn best doet. ‘Een nieuwe toekomst, weet je, ik moet nu echt aan mijn toekomst denken.’ 

De spots gaan weer aan, Nykänen pakt de microfoon, een van de andere naakte vrouwen kleedt zich snel aan, om zich straks bij Matti op de dansvloer weer uit te kunnen kleden. We wachten zijn tweede optreden niet meer af, nemen afscheid van Evelina, die mij nog snel een briefje met haar telefoonnummer in de handen drukt en gaan de vrieskou in. 
Het licht begint te gloriën, een nieuwe dag smeekt om aandacht. Het is stil op straat, een enkele auto maakt zich los van de stoeprand. Strompelend door de hoge sneeuw zien we in de verte het treinstationnetje. Daar kijken Joop en ik elkaar tenslotte aan en halen zowat tegelijkertijd diep adem. Kampioenen zouden beschermd moeten worden. Tegen uitbuiters, kroegbazen, seksbazen, maar ook en vooral tegen zichzelf. 
In al die uren in het Eroottinen Ravintola Casino in Järvenpää hebben we geen enkele keer de duivel de ogen van Matti Nykänen gezien, maar slechts die trieste nevel van een oneerbaar bestaan. 

Hoe anders is dat met Rintje Ritsma, de schaatskampioen van dit moment. Het ooit zo verlegen jongetje spreekt tegenwoordig zijn talen, weet wat hij wil en hoe hij zichzelf commercieel moet verkopen. Terug op de Oulunkylä-ijsbaan van Helsinki zien we hoe hij ontspannen zijn kwartet aan Europese titels vol maakt. Op een slof en een oude schaatsschoen. Lachend staat hij de pers te woord, een kwinkslag hier, een grap daar. 
Joop en ik schrijven onze schaatsverhalen, later die avond dompelen we ons onder in het enorme slotfeest in de discotheek op de zestiende verdieping van ons hotel en drinken weer te veel. ‘Heb jij het telefoonnummer van Evelina nog’?, vraagt Joop opeens. ‘Neuh, ik heb het vanmiddag langs de ijsbaan weggegooid. Waarom zouden we ons onnodig in verleiding laten brengen? Wil jij dan soms terug naar Järvenpää?’ ‘Nee joh, ben je gek.’ 
De volgende dag in het vliegtuig terug naar Nederland, bespreken we hoe we onze ontmoeting met Matti Nykänen gaan opschrijven. Allebei vinden we dat we hem niet al te zeer mogen beschadigen, dat het niet te plat en te cynisch mag worden. Dat zou veel te gemakkelijk zijn. Bovendien hebben we oprecht met hem te doen. 
Onafhankelijk van elkaar gaan we aan de slag. Hij in Amsterdam, ik in Den Haag. Met de afspraak dat we er voor zorgen dat zijn verhaal op dezelfde dag in zijn krant staat, als mijn verhaal in de mijne. Dat heeft nog enige voeten in de aarde, want mijn hoofdredacteur is preutser dan de zijne. Vorig jaar, toen op een mooie lentedag de eerste zonaanbidders het strand van Scheveningen bevolkten, maakte een fotograaf een overzichtsfoto. De hoofdredacteur keek er goedkeurend naar, maar zag opeens ergens op de achtergrond enkele dames topless op hun handdoeken liggen. Hij beval de fotograaf een strandtas voor de boezems te monteren en dat leidde weer tot stevige discussies op onze redactiezaal. 
Joop en ik zijn er in geslaagd enkele mooie foto’s van het optreden van Nykänen te krijgen. Eén daarvan, die met een naakte Nykänen gaat ons te ver. We kiezen voor de plaat waar hij nog met al zijn kleren aan staat te zingen. Met naast zich een op haar string na al bijna naakte Evelina. Dat vinden wij wel een passende foto bij ons artikel. In elk geval niet te. 
Het geluk lacht ons toe. Mijn hoofdredacteur heeft enkele vrije dagen, dus in de bijlage van onze zaterdagkranten kunnen we uitpakken. Om na het weekeinde aan de toorn van mijn hoofdredacteur te kunnen ontsnappen, zoek ik nog zoveel mogelijk steun voor het plaatsen van de foto bij mijn mede-redactieleden. Soms kun je de verantwoordelijkheid maar beter delen. 
De week erna verschijnen er ook in andere landen, Duitsland voorop, foto’s van de kampioen van weleer, die helaas van zichzelf een karikatuur heeft gemaakt. Foto’s die vele malen verder gaan dan de onze. 

In Nagano, Japan, hebben we Nykänen daarna helaas niet gezien, maar op de een of andere manier zijn we hem ongewild toch blijven volgens. Als hij op wat voor manier dan ook weer eens even in het nieuws kwam, belden Joop en ik elkaar op. 
2004: ‘Heb je het gezien, hij heeft een vriend van de familie neergestoken.’ ‘Ja. Hij is veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling.’
2005: ‘Hij is vervroegd vrijgekomen.’ ‘Ja, maar vier dagen later alweer gearresteerd wegens mishandeling van zijn vijfde echtgenote.’ ‘Joh, de vijfde alweer?’ 
2006: ‘Weer een veroordeling. Vier maanden gevangenis deze keer.’ ‘Het houdt ook niet op.’ 
2009: ‘Hij heeft op Kerstdag zijn vrouw neergestoken, lelijk in haar gezicht verwond.’ ‘Zucht.’ 
2010: ‘Ik lees net dat hij God heeft gevonden.’ ‘Laten we het voor hem hopen.’

maandag 28 januari 2019

10 vragen aan… Zorrow 


Nu het programma van het Goodwill Concert op 24 maart in het Dolhuis in Dordrecht bekend is, wil ik de komende weken op deze plaats de bands die meedoen aan jullie voorstellen. Dit in de vorm van steeds dezelfde ‘10 vragen aan…’ 

Vandaag deel 2: Zorrow. 

Hoe komen jullie aan jullie naam? 
Er stond een Z van Zorro op de gitaarversterker van Floris, de eerste gitarist van de band. Toen dachten we ook aan Sorrow, vanwege de blues. Maar we zijn niet echt van de zorgen, het moest juist ook wat vrolijks hebben. Dus het werd geen Sorrow maar Zorrow, niet te verwarren met Zorro. 

Wat voor soort muziek spelen/maken jullie? 
Vooral Blues, Blues-Rock en daaraan verwante stromingen. 

Wie of wat is jullie inspiratiebron? 
Dat zijn verschillende muzikanten en bands zoals Walter Trout, Julian Sas, Cuby & The Blizzards, BB King, maar bij voorbeeld ook CCR. 

Stel de bandleden en hun individuele inbreng en achtergrond even voor. 
Leadzanger en Hammondorgel: Ton Pluijmert. Hij is het oerlid, de enige overgeblevene uit de eerste bezetting. Hij is afkomstig uit het bruiloften- en partijencircuit, maar heeft zijn draai gevonden in de iets meer serieuze muziekvormen. 
Drums: Jasper Minheere, de beste drummer van de wereld en heel Hardinxveld Giessendam. We kunnen ons dan ook geen betere wensen! 
Gitaar: Casper Kroon. Heeft als bassist in allerlei obscure punk-, trash- en metal- bandjes gezeten en heeft zich inmiddels toegelegd op het spelen van jazz-gitaar. Wij zijn nog aan het kijken of hij ook een beetje blues kan spelen. Veel hangt hierbij af van zijn gitaar keuze 😂! 
Basgitaar: Sjaak van der Berg, die het liefst op de achtergrond staat, als plukker aan de snaren op de bas. Hij speelt ook bij Skeftum. 

Waarom hebben jullie besloten om mee te doen aan het Goodwill Concert voor de Tovertafel?
Wij doen graag mee aan het initiatief van Joop Vastenhout om geld in te zamelen voor zo’n prachtige tovertafel voor de mensen van de Schouwenhof. En dat allemaal door een mooie muziekdag met en voor je vrienden te organiseren. 

Wat was tot nu toe jullie hoogtepunt? 
Het optreden op het Nieuwjaarsbal 2018 in Merz. Dit was, stilletjes, het laatste optreden met onze toenmalige gitarist Floris. Was zeer indrukwekkend. 

Jullie top 3 aller tijden? 
Op 3: Sweet Home Chicago van de Blues Brothers. 
Op 2: Mustang Sally van the Commitments. 
Op 1: Meisjes in de bus, de geflopte single van onze eigenste buschauffeur Ton! 

Hoe zien jullie jezelf over 10 jaar? 
Gewoon zoals nu! Lekker muziek maken, plezier maken en nog steeds heel veel lachen. 

Met wie zouden jullie wel eens willen samenwerken?
Deze vraag laten we NIET door Casper beantwoorden met zijn uitgesproken smaak voor takkeherrie. De rest zou graag eens met Frank Zappa gespeeld hebben, maar helaas is dat niet meer mogelijk en de stofzuiger is ook kapot. 

Wat kunnen de mensen op 24 maart van jullie verwachten? 
Wij gaan ervoor om samen met de ander bands, een heerlijke dag neer te zetten, waarin lekkere muziek voor een topopbrengst moet zorgen. Er moet geld op tafel getoverd worden! 


-------------------- 



Zet 24 maart alvast in jullie agenda. Het zal tussen 14.00 en 20.00 uur in het Dolhuis in Dordrecht niet alleen een sfeervolle dag worden, maar ook een toverdag. Want elke bezoeker helpt mee aan de inzamelingsactie voor die geweldige Tovertafel voor 29 mensen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking voor woonlocatie Schouwenhof van Gemiva SVG. 
En dat allemaal voor slechts 5,- euro entree. 
Mocht je niet kunnen en toch willen doneren, klik dan hier 

maandag 21 januari 2019

10 vragen aan… Skeftum 



Nu het programma van het Goodwill Concert op 24 maart in het Dolhuis in Dordrecht bekend is, wil ik de komende weken op deze plaats de bands die meedoen aan jullie voorstellen. Dit door middel van (steeds dezelfde) ‘10 vragen aan…’ 

Vandaag deel 1: Skeftum. 

Hoe komen jullie aan jullie naam? 
Skeftum is een oud vergeten woord uit het Dordtse ‘dialect’ en betekent zoveel als ‘ga toch weg’, ‘opzouten’, ‘wegwezen’. 

Wat voor soort muziek spelen/maken jullie? 
Wij zijn een coverband en spelen nummers van internationale en nationale grootheden, maar onze ‘specialiteit’ is Golden Earring. Hierbij is het vooral belangrijk dat we als band achter het repertoire staan en dit met plezier en volle overtuiging op het podium kunnen neerzetten. 

Wie of wat is jullie inspiratiebron? 
Wij worden vooral geïnspireerd door een enthousiast publiek, en daar doen we het tenslotte allemaal voor; muziek maken, lol hebben en het publiek een leuke tijd bezorgen. 

Stel de bandleden en hun individuele inbreng en achtergrond even voor. 
De band bestaat uit 5 bandleden en een vaste geluidstechnicus.
Drums: Tom Bogers (drumt ook in Downtown Decator). 
Toetsen: Kimball van Duivenbode (heeft in Coverband Biggs gespeeld). 
Basgitaar: Sjaak van den Berg (ex-Footloose en speelt ook bas bij Zorrow). 
Gitaar: Sonny Spades, de benjamin van de band en 100% autodidact, maar een absolute gitaarvirtuoos (ook al is-ie linkshandig). 
Zang: Chris Kirch (ex-Footloose samen met Sjaak), speelt ook nog een aardig mopje triangel en neusfluit. 
Onze geluidstechnicus Gaby Kerschkamp zorgt dat er uit dit bovenstaande zooitje ongeregeld goed geluid komt.

Waarom hebben jullie besloten om mee te doen aan het Goodwill Concert voor de Tovertafel? 
Wij doen graag aan dit concert mee, omdat wij minimaal 1 x per jaar geheel belangeloos optreden voor een goed doel. Waarom dan niet voor een fantastische Ti-ta-tovertafel? 

Wat was tot nu toe jullie hoogtepunt? 
Het hoogtepunt voor Skeftum was voor 5.500 mensen op het grote podium op Big Rivers in 2016 een tribute aan Golden Earring spelen. Dit was nota bene pas het 2e jaar dat Skeftum bestond. 
Ook onze optredens op Curacao waren echt geweldig en staan mede aan kop van de lijst met hoogtepunten. 

Jullie top 3 aller tijden? 
Vijf muzikanten van uiteenlopende leeftijden of zelfs generaties uit verschillende muziekperiodes een top 3 laten samenstellen is bijna net zo moeilijk als een oplossing voor de opwarming van de aarde te bedenken. 
Laten we het dus maar houden op: 
1. Schnappi - Das kleine Krokodil.
2. Gebroeders Ko - Ik heb een toeter op m’n waterscooter.
3. Anneke Grönloh - Brandend zand.

Hoe zien jullie jezelf over 10 jaar? 
Over 10 jaar zien we onszelf hopelijk nog steeds regelmatig het podium betreden, maar sommige van ons (Sjaak en Chris) misschien met hulp van een bejaardenverzorger… Tom’s rode krullenbol heeft plaats gemaakt voor kalend grijs, Kimball is overgestapt van toetsen naar accordeon en speelt inmiddels in Rowwen Hèze. Sonny is dan inmiddels 3 x getrouwd geweest en druk met z’n verzameling suikerzakjes, daarnaast geniet hij van zijn 8 kinderen in de weekenden. 

Met wie zouden jullie wel eens willen samenwerken. 
Wij zouden graag eens met de Golden Earring willen samenwerken, maar de laatste keer dat ze vroegen of ze met ons mochten meespelen, was het podium te klein. 
We maken wel weer eens een nieuwe afspraak met ze. (Barry, als je dit leest: komt goed, stop maar met bellen). 

Wat kunnen de mensen op 24 maart van jullie verwachten? 
Op 24 maart gaan we lekker knallen en een hoop plezier maken met alle bands en met het publiek. We hopen dat dit concert voor een leuk bedrag kan zorgen voor dit fantastische doel.

--------------------


Zet 24 maart alvast in jullie agenda. 
Het zal tussen 14.00 en 20.00 uur in het Dolhuis in Dordrecht niet alleen een sfeervolle dag worden, maar ook een toverdag. Want elke bezoeker helpt mee aan de inzamelingsactie voor die geweldige Tovertafel voor 29 mensen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking voor woonlocatie Schouwenhof van Gemiva SVG.
En dat allemaal voor slechts 5,- euro entree. 
Mocht je niet kunnen en toch willen doneren, klik dan hier.