maandag 4 februari 2019


De vrije val van een groot kampioen



Ooit gehoord van Järvenpää? Ik ook niet, laat staan dat ik had gedacht er ooit nog eens te komen. Ik schrijf de naam voor het eerst op in januari 1998, bij het Europees kampioenschap allround-schaatsen in Helsinki. De sneeuw dwarrelt zachtjes naar beneden, de vele lampen en vlaggen langs de buitenbaan zorgen voor een sfeervol decor. Er is zowaar een heuse openingsceremonie, met mooie muziek, prachtige dans en een knallend vuurwerk. 
De schaatsers en hun gevolg zijn wedstrijden in overdekte stadions gewend en hebben er tegenop gezien om hier naartoe te komen. Men is bang voor extreme kou, sneeuwstormen, ellenlange dweilpauzes en verpest ijs. Maar de Finnen doen hun best om het in elk geval gezellig te maken. 
Het EK is voor velen een van de laatste test-cases voor de Olympische Spelen van Nagano. ‘Ik ben’, zegt onze nationale troef Rintje Ritsma, ‘hier naartoe gekomen om het fundament voor Japan te leggen. Ontspannen rijden, de juiste slag behouden en de puntjes op de i zetten.’ Hij neemt het dus niet al te serieus? Hoewel: ‘Als je weer een titel aan je lijst kunt toevoegen ga je er toch wel voor, want zoveel eergevoel heb ik wel.’ 
Het valt, zo blijkt al snel op en langs de Oulunkylä-baan van Helsinki, mee met de kou. Het sneeuwt dan wel een beetje, maar ook de stormen blijven uit. De omstandigheden lijken voor iedereen gelijk en de meeste journalisten hangen gezapig rond op de tribunes. Europees kampioenschap of niet, ook wij zien het vooral als een verplicht tussendoortje, een opmaat naar Nagano, de terugkeer naar de stad waar we een jaar eerder, tijdens het wereldkampioenschap, zoveel plezier hebben gehad. 
Mijn altijd ijverige collega en maat Joop van Het Parool heeft een afspraak met een bekende lokale journalist. Joop heeft in het Finse boulevardblad Ilalehti drie plaatjes van een groot kampioen gezien, met telkens een andere vrouw aan zijn zijde. In de bijbehorende tekst staat dat hij binnenkort voor de derde keer gaat scheiden. Dat heeft hem nieuwsgierig gemaakt. 
We horen dat de kampioen, ooit toch de grootste volksheld van Finland en omstreken, aan lager wal is geraakt. Toevallig heeft onze Finse collega gisteravond een tip gekregen dat hij zou zijn gesignaleerd in een club in Järvenpää. Daar zou hij niet alleen als zanger optreden, maar ook een heuse striptease-act opvoeren. De Finse journalist is vast van plan om hem op te sporen, maar nu moet hij eerst het EK voor zijn krant verslaan, dus hij zal er pas volgende week achteraan kunnen gaan. 

Joop en ik kijken elkaar met pretogen aan. Matti Nykänen zingend uit de kleren zien gaan? Dat lijkt ons een prachtig verhaal! Vele malen interessanter dan het schaatsen hier. Järvenpää? Hoe spel je dat? Kan hij het even voor ons opschrijven? En waar ligt dat eigenlijk? Ook hier in het zuiden. Mooi! 
Järvenpää is, zo horen we, een stadje van pakweg 30.000 inwoners en vanuit Helsinki met de trein gemakkelijk bereikbaar. Joop en ik wrijven ons in de handen. We zitten eigenlijk maar met één probleem. We zijn hier natuurlijk naartoe gekomen om het schaatsen te verslaan, in Nederland in de winter de belangrijkste sport. Als het met het reizen naar Järvenpää morgen tegen zit, als de zoektocht erg lang gaat duren en we niet op tijd terug zijn voor de slotdag, dan kunnen we dat nooit aan onze bazen verkopen. Al helemaal niet als we Nykänen niet weten te vinden, want dat blijft natuurlijk een grote gok. 
Het wedstrijdverloop neemt in de uren die volgen onze twijfel weg. Rintje Ritsma haalt met een tweede plaats op de sprint en de winst op de vijf kilometer meteen al de spanning uit het EK. Ook bij de dames lijkt het op een a-, b-, c-tje uit te draaien, als stayer en favoriete Claudia Pechstein voor het eerst in haar leven direct maar haar slechtste afstand, de 500 meter, gewoon wint. De kampioenen lijken nu al vast te staan. En verhalen over Ritsma en Pechstein schudden we toch wel uit onze mouwen, daar hoeven we al die ritten die nog moeten komen niet echt voor te zien. Doen? Ja! Wie niet waagt, wie niet wint. 

Het schemert al vroeg als we op zaterdagnamiddag in de trein richting Järvenpää zitten. We graven in ons geheugen. Wat weten we nog van Matti? Natuurlijk dat hij olympisch goud in Sarajevo won, een jonge en mooie, zo op het oog onbevangen knul toen nog. Op de 90-meterschans bedroeg zijn voorsprong op zijn grote rivaal, de Oost-Duister Jens Weißflog 17,5 punten, nog nooit eerder vertoond in de olympische geschiedenis. 
Hij werd de meest succesvolle schansspringer ooit, vijf keer wereldkampioen, won tientallen wereldbekerwedstrijden en schreef tijdens de Winterspelen van Calgary definitief geschiedenis. Hij was onverslaanbaar, pakte drie keer goud, op beide schansen en tijdens de teamwedstrijd, een unicum. Terwijl de Nederlandse schaatsster Yvonne van Gennip met drie keer goud koningin van de Spelen werd, kroonde Nykänen zich tot de alleen heersende koning. 
Hij werd verafgood in Finland en ook daarbuiten enorm bewonderd. ‘De engel der schansen’ werd hij genoemd. Omdat hij er zo uit zag. En omdat hij door de lucht kon vliegen als geen ander. Maar wie hoog vliegt, kan ook diep vallen, zo horen we al snel. Van de hemel naar de hel, het zijn clichés, maar wel clichés, die bij Nykänen passen. 

‘Drugs en alcohol hebben hem kapot gemaakt’, vertelt een andere Finse journalist, die we bellen voor wat meer informatie. We kennen hem van onze winterse reizen, het is en blijf een kleine wereld, en we weten dat hij Nykänen jarenlang op de voet heeft gevolgd. Het doet hem pijn als hij ziet wat er van die engel van weleer is geworden. ‘Soms, als hij zo’n apparaatje tegen de drank in zijn lichaam heeft laten aanbrengen, gaat het weer even. Maar als dat is uitgewerkt of verwijderd gaat het meteen weer mis. Ik heb hem al een tijd niet meer gezien. Weten jullie soms waar hij momenteel uithangt?’ 
Dat weten we wel en eigenlijk ook niet. We hebben nu weliswaar een vermoeden, maar niets is nog zeker, we zijn als het ware momenteel op zoek. Kan hij ons nog iets meer vertellen? ‘Matti is altijd een mysterieus mens geweest. Zelfs degenen die dichtbij hem stonden wisten nooit wat ze aan hem hadden. Hij kon in enkele minuten tijd zomaar opeens van een erg aardige man in een duivel veranderen. Hij was altijd vreselijk moeilijk in de omgang, ook binnen het nationale team. Matti kon over iets heel kleins vreselijk kwaad worden en even later deed hij weer net alsof er helemaal niets was gebeurd.’
‘Sommigen zeggen dat er tijdens zijn geboorte al iets is misgegaan met Matti. Minor Brain Damage, een kleine hersenbeschadiging, waardoor zijn stemmingen nogal wisselvallig kunnen zijn. Hij mist een mentale balans. Bovendien heeft hij nooit goed tegen drank gekund. Daar komt dan nog eens zijn onstabiele privéleven bij. Drie stukgelopen huwelijken, twee met een kind, een derde kind bij een vluchtige vriendin, ook een relatie met hem onderhouden is niet gemakkelijk.’ 
‘Als schansspringer was hij de beste die er ooit is geweest. Iemand zoals hij zal er in deze sport nooit meer zijn. Zó goed, ongelofelijk. En ook zó enorm geliefd en populair. Maar hij heeft daar nooit iets mee gedaan. In 1991 sprong hij zijn laatste grote wedstrijd. Het wereldkampioenschap. Hij, de absolute keizer aller springers, werd vijftigste en laatste! Daarna heeft hij nog verschillende pogingen ondernomen voor een comeback, maar de sport was inmiddels veranderd, de V-sprong was geïntroduceerd en Matti kon die maar niet onder de knie krijgen.’
‘Hij had ook na zijn loopbaan nog gemakkelijk veel geld kunnen verdienen. Bijvoorbeeld met televisieoptredens overal op de wereld. In Duitsland en Oostenrijk waren ze helemaal gek van hem, maar Matti spreekt zijn talen niet, heeft er ook nooit moeite voor gedaan om die te leren. Hij heeft alleen de lagere school doorlopen, spreekt alleen Fins.’ 
‘Toch was hij niet arm. Toen hij de eerste keer trouwde kon hij zich een prachtig huis veroorloven. Maar hij vergat voor zijn huwelijk naar de notaris te gaan en was bij de eerste scheiding meteen al de helft van al zijn bezittingen kwijt. Zijn onstabiele leven en zijn drankgebruik hebben hem zo aangegrepen dat hij daarna niets meer onder controle had’. 
Het is een triest verhaal, van een vedette die de ladder aan de andere kant al lang weer is afgedaald en verder weg schijnt te zijn gezakt dan zijn fans voor mogelijk hadden gehouden. We beloven onze ‘verteller’ dat we hem weer zullen bellen als we hem hebben gevonden. 

Het sneeuwt behoorlijk als we in Järvenpää aankomen. We zakken tot onze enkels in de koude sneeuw. Hadden we nu toch maar onze moonboots aangedaan. Ook de wind is toegenomen. We lopen op goed geluk het stadje in en vragen voorbijgangers of ze wellicht weten waar de club is waar de legendarische Matti Nykänen werkt. 
We hebben enorm veel geluk. Al bij de tweede passant is het raak. Natuurlijk weet hij dat. Man, hij en vele anderen hier, zijn er maar wat trots op dat de Winterkoning zijn emplooi in Järvenpää heeft gevonden. Vier dagen geleden was hij er opeens. In het Casino, een erotisch restaurant, verderop, daar ginds, langs de randweg. Hij wil best wel even met ons meelopen. 
Dat hoeft niet, we gaan er liever alleen op af. Met kloppend hart naderen we de plek die ons is aangegeven. Bij de hoofdingang van het grote gebouw worden we tegengehouden door een portier. We zeggen hem dat we twee journalisten zijn die helemaal uit Nederland zijn gekomen, speciaal om Matti Nykänen te ontmoeten. We moeten even wachten en hij komt terug met de eigenaar van het bedrijf. 
Nykänen heeft eigenlijk geen zin in een gesprek, maar hij weet ook wel dat hij vroeg of laat hier gevonden zou worden. Hij had alleen niet verwacht dat dit zo snel zou gebeuren. De zaak kan wel wat publiciteit gebruiken, dus we mogen met hem mee komen. 

We lopen een zijkamertje in en daar zit hij. Zijn rechter mondhoek trekt zowaar tot iets wat op een glimlach lijkt. We herkennen hem meteen, al zijn z’n vroegere glinsterende pretogen dof geworden, is zijn blik versluierd met mist en regen. Zijn gezicht draagt het gebroken wit van een kantoorbaan, geen kleur, zelfs geen blos op de wangen. 
Matti Nykänen voelt zich volledig door ons overvallen. Hij is vriendelijk, maar nerveus. Zijn haren zijn geblondeerd, zijn handen trillen. Hij knippert voortdurend onrustig met zijn ogen, maar probeert zich als een innemende gastheer te gedragen. Als we ons althans eerst hebben geïdentificeerd, want dat uitgerekend wij Nederlanders hem hier in deze omgeving zo snel hebben opgespoord, kan hij maar moeilijk bevatten. 
Hij bestelt voor ons een biertje en voor zichzelf een glaasje bronwater. We vragen hem of hij niet gezellig meedrinkt? Nee, nee, hij drinkt geen alcohol. Nooit! Nou ja nooit, zo af en toe dan. Maar slechts een héél klein beetje. 
De opgetrommelde vrouwelijke tolk heeft moeite met het vertalen van onze vragen en Nykänen houdt zich zoveel mogelijk op de vlakte. Je ziet het aan hem als hij liegt, je ziet het dat hij hier eigenlijk niet tegen kan, dat hij met rust gelaten wil worden en ons het liefst er meteen uit zou willen gooien. Maar hij moet vriendelijk blijven. Van zijn nieuwe baas vooral, die erbij is komen zitten.
Hij heeft Nykänen beloofd dat als hij goed zijn best doet hij hem zal helpen met het openen van zijn eigen erotische restaurant. In Helsinki nog wel. Er zit toekomst in zijn concept en het zou dus ook een nieuwe, mooie toekomst voor Matti kunnen zijn. 
Een erotisch restaurant, wat is dat eigenlijk, wat doet Nykänen hier voor werk? ‘De mensen amuseren. Met zingen. Karaoke. Ze naar de dansvloer lokken. Ze een gezellige avond bezorgen. Nee, nee, niet met de vrouwen, dit is geen seksclub, seks is er hier niet bij.’ 
Hij zit in de showbusiness noemt hij het zelf. De baas is zijn vriend, hij wil juist hem helpen, omdat hij een groot fan was, want voor het geld hoeft hij het niet te doen. Als topsporter heeft hij goed verdiend. Als we hem zeggen dat we toch heel andere verhalen hebben gehoord, is hij een tijdje stil. ‘Geen commentaar’, laat Nykänen de tolk weten. En: ‘Ik praat niet over mijn investeringen.’ 
Het gesprek wordt dan onderbroken door een dronkaard die binnenkomt en maar blijft roepen dat Nykänen ‘the greatest’ is. Hij wordt tot vier keer toe door de voormalige schansspringer verwijderd. ‘Weet je’, zegt hij opeens ongevraagd, ‘het gaat goed met me. Hiervoor heb ik drie jaar in een restaurant gewerkt. Bij mijn ex-vrouw. Als ober. Ik hoop straks weer op eigen benen te kunnen staan.’

Het schansspringen mist hij nog dagelijks. Zonder die operatie aan zijn rug, in 1993, was hij er nooit zo vroeg mee gestopt. Hij is nu 34 en had, beweert hij, anders nu nóg meegekund. We hebben het maar niet over de V-sprong, misschien begint hij er zelf wel over, we laten hem nu liever gewoon doorpraten. 
‘Ik ga nooit kijken, dat kan ik niet opbrengen. Het is ook niet meer zo mooi als vroeger. Die V-stijl die er nu is, die is zo gemakkelijk, dat gaat vanzelf, iedereen kan het’. Hij zou wel commentator willen worden bij de wedstrijden. Misschien komt dat er ooit nog van, maar ja, nu is er eerst die nieuwe baan. Zes dagen in de week, altijd ’s-avonds en de hele nacht door. Nu, na enkele dagen, is hij al oververmoeid. Maar hij laat de mensen genieten en dat is dankbaar werk. 
Matti Nykänen zucht diep, sluit de ogen, maar recht dan zijn rug en staat plotseling op. Hij bedankt ons heel hartelijk voor onze komst. Er volgt nog net geen omhelzing. Het afscheid is verrassend en ontroerend warm. 
Wellicht dacht hij dat Joop en ik nu terug naar Helsinki zouden gaan, maar in plaats daarvan stappen we de grote zaal van het Eroottinen Ravintola Casino binnen. We zijn als doorgewinterde reizigers wel wat gewend, maar zoiets hebben we nog niet eerder gezien. Jonge, vooral Oost-Europese, vrouwen lopen vrijwel naakt, slechts gehuld in minuscule strings, door de zaal, op zoek naar ‘liefhebbers’. 
Even verderop, in een van de open nissen, trakteren vrienden een blijkbaar jarige bezoeker op een privéshow. Er gaan geen gordijnen dicht, iedereen kan gewoon meekijken als de jarige met zijn kleren aan op het pluche neerploft en wordt verleid door een prachtige vrouw, die als eerste meteen maar ook het stringetje uittrekt. Kronkelend wrijft ze met haar onderlichaam over het gezicht van de jarige. 
De toeschouwers klappen en joelen en de jonge vrouw gaat ver, heel ver. Kortom, van erotiek is nauwelijks sprake. Geen seks had Nykänen gezegd, maar we horen al snel van de gasten, dat aan het erotische restaurant een hotel grenst. Voor als je niet meer te houden bent, want tja, voor geld is immers alles te koop.

We doden het wachten op de komst van Nykänen door met Evelina te praten. Ze spreek goed Engels, is zeer innemend en haalt twee grote glazen bier voor ons. Ze komt uit Estland, werkt hier als striptease-danseres en zal straks met de voormalige ‘Engel der schansen’ een act gaan opvoeren. Maar Nykänen houdt zich vooralsnog schuil. 
De baas komt vragen of we nog niet weggaan. Nee dus, we blijven tot Matti heeft opgetreden, al moeten we nog uren wachten. Evelina vraagt tenslotte of ze een privé-show zal geven. Met de gordijnen dicht uiteraard. Hoe mooi en uitdagend we haar ook vinden, hoe aanlokkelijk haar aanbod ook is, Joop en ik bedanken beleefd voor de eer. Nog maar een biertje dan? Dat wel. 
Het lange wachten is in deze omgeving zeker geen straf, maar we zijn toch blij als tenslotte de spots op het speciale dansvloertje aan gaan. Daar is-ie eindelijk. De volle zaal schreeuwt en klapt. Een bruin geschminkte Matti Nykänen pakt de microfoon, leunt tegen een kunstboompje en zingt twee Finse popliedjes. En nog goed ook! 

Hij ziet ons staan, hapert even en zucht, maar dan zet hij toch een derde lied in en verschijnt de schone Evelina naast hem. Matti zingt en swingt en Evelina kleedt zich langzaam uit, kronkelt wulps op, over en om hem heen en begint ondertussen ook de zanger uit te kleden. De zaal is uitzinnig. Absurder kan onze ontluistering niet zijn. 
Als de show is afgelopen en Joop en ik alweer een biertje krijgen voorgehouden zien we hoe Nykänen lege glazen ophaalt. Later helpt hij met bier tappen, draait wat muziek. Tussendoor deelt hij links en rechts handtekeningen uit. Hij is dus en soort manusje van alles, in dit erotische restaurant, dat eigenlijk gewoon een platte seksclub is. 
Wat rest is dan nog slechts medelijden. Matti Nykänen vloog tijdens de Olympische Spelen van Sarajevo en Calgary naar grote hoogten. Vriend en vijand, kenner en leek, tot op de dag van vandaag is iedereen het er over eens dat hij de beste schansspringer ooit is. Nu, hier in die louche zaak langs de doorgaande weg van Järvenpää, schieten we hem nog een keer aan. 
Gaat hij nog naar de Spelen van Nagano? Hij was, zegt hij, dat vast van plan, had zelfs het ticket al op zak. Maar ja, nu heeft hij opeens een nieuwe baan en de baas heeft hem een eigen erotisch restaurant beloofd. Als hij nu maar zijn best doet. ‘Een nieuwe toekomst, weet je, ik moet nu echt aan mijn toekomst denken.’ 

De spots gaan weer aan, Nykänen pakt de microfoon, een van de andere naakte vrouwen kleedt zich snel aan, om zich straks bij Matti op de dansvloer weer uit te kunnen kleden. We wachten zijn tweede optreden niet meer af, nemen afscheid van Evelina, die mij nog snel een briefje met haar telefoonnummer in de handen drukt en gaan de vrieskou in. 
Het licht begint te gloriën, een nieuwe dag smeekt om aandacht. Het is stil op straat, een enkele auto maakt zich los van de stoeprand. Strompelend door de hoge sneeuw zien we in de verte het treinstationnetje. Daar kijken Joop en ik elkaar tenslotte aan en halen zowat tegelijkertijd diep adem. Kampioenen zouden beschermd moeten worden. Tegen uitbuiters, kroegbazen, seksbazen, maar ook en vooral tegen zichzelf. 
In al die uren in het Eroottinen Ravintola Casino in Järvenpää hebben we geen enkele keer de duivel de ogen van Matti Nykänen gezien, maar slechts die trieste nevel van een oneerbaar bestaan. 

Hoe anders is dat met Rintje Ritsma, de schaatskampioen van dit moment. Het ooit zo verlegen jongetje spreekt tegenwoordig zijn talen, weet wat hij wil en hoe hij zichzelf commercieel moet verkopen. Terug op de Oulunkylä-ijsbaan van Helsinki zien we hoe hij ontspannen zijn kwartet aan Europese titels vol maakt. Op een slof en een oude schaatsschoen. Lachend staat hij de pers te woord, een kwinkslag hier, een grap daar. 
Joop en ik schrijven onze schaatsverhalen, later die avond dompelen we ons onder in het enorme slotfeest in de discotheek op de zestiende verdieping van ons hotel en drinken weer te veel. ‘Heb jij het telefoonnummer van Evelina nog’?, vraagt Joop opeens. ‘Neuh, ik heb het vanmiddag langs de ijsbaan weggegooid. Waarom zouden we ons onnodig in verleiding laten brengen? Wil jij dan soms terug naar Järvenpää?’ ‘Nee joh, ben je gek.’ 
De volgende dag in het vliegtuig terug naar Nederland, bespreken we hoe we onze ontmoeting met Matti Nykänen gaan opschrijven. Allebei vinden we dat we hem niet al te zeer mogen beschadigen, dat het niet te plat en te cynisch mag worden. Dat zou veel te gemakkelijk zijn. Bovendien hebben we oprecht met hem te doen. 
Onafhankelijk van elkaar gaan we aan de slag. Hij in Amsterdam, ik in Den Haag. Met de afspraak dat we er voor zorgen dat zijn verhaal op dezelfde dag in zijn krant staat, als mijn verhaal in de mijne. Dat heeft nog enige voeten in de aarde, want mijn hoofdredacteur is preutser dan de zijne. Vorig jaar, toen op een mooie lentedag de eerste zonaanbidders het strand van Scheveningen bevolkten, maakte een fotograaf een overzichtsfoto. De hoofdredacteur keek er goedkeurend naar, maar zag opeens ergens op de achtergrond enkele dames topless op hun handdoeken liggen. Hij beval de fotograaf een strandtas voor de boezems te monteren en dat leidde weer tot stevige discussies op onze redactiezaal. 
Joop en ik zijn er in geslaagd enkele mooie foto’s van het optreden van Nykänen te krijgen. Eén daarvan, die met een naakte Nykänen gaat ons te ver. We kiezen voor de plaat waar hij nog met al zijn kleren aan staat te zingen. Met naast zich een op haar string na al bijna naakte Evelina. Dat vinden wij wel een passende foto bij ons artikel. In elk geval niet te. 
Het geluk lacht ons toe. Mijn hoofdredacteur heeft enkele vrije dagen, dus in de bijlage van onze zaterdagkranten kunnen we uitpakken. Om na het weekeinde aan de toorn van mijn hoofdredacteur te kunnen ontsnappen, zoek ik nog zoveel mogelijk steun voor het plaatsen van de foto bij mijn mede-redactieleden. Soms kun je de verantwoordelijkheid maar beter delen. 
De week erna verschijnen er ook in andere landen, Duitsland voorop, foto’s van de kampioen van weleer, die helaas van zichzelf een karikatuur heeft gemaakt. Foto’s die vele malen verder gaan dan de onze. 

In Nagano, Japan, hebben we Nykänen daarna helaas niet gezien, maar op de een of andere manier zijn we hem ongewild toch blijven volgens. Als hij op wat voor manier dan ook weer eens even in het nieuws kwam, belden Joop en ik elkaar op. 
2004: ‘Heb je het gezien, hij heeft een vriend van de familie neergestoken.’ ‘Ja. Hij is veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf wegens zware mishandeling.’
2005: ‘Hij is vervroegd vrijgekomen.’ ‘Ja, maar vier dagen later alweer gearresteerd wegens mishandeling van zijn vijfde echtgenote.’ ‘Joh, de vijfde alweer?’ 
2006: ‘Weer een veroordeling. Vier maanden gevangenis deze keer.’ ‘Het houdt ook niet op.’ 
2009: ‘Hij heeft op Kerstdag zijn vrouw neergestoken, lelijk in haar gezicht verwond.’ ‘Zucht.’ 
2010: ‘Ik lees net dat hij God heeft gevonden.’ ‘Laten we het voor hem hopen.’

Geen opmerkingen: